Boksen: de juiste kick?

Slaan, stoten, trappen. (Kick)boksen wordt al jarenlang gebruikt om jongeren uit de criminaliteit te houden. Maar wakkert een vechtsport niet juist agressie aan? Wat levert het op? En waar moet je op letten als je het inzet?

Door Sigrid Starremans Beeld: Aad Goudappel (Jeugd en Co, augustus 2018)

Bijna iedere avond is Mourat (19) te vinden in de boksschool van Youssef Aouriaghel in Amsterdam-West. Het houdt hem van de straat, zegt hij zelf. Hij is zich kapot geschrokken toen hij een half jaar geleden in de Top400 belandde, een Amsterdams programma voor jongeren die dreigen af te glijden in de criminaliteit (zie kader).  Mourat heeft een aantal keren in de gevangenis gezeten, onder andere voor mishandeling. ‘Ik ben wakker geschud. Nu probeer ik stap voor stap mijn leven weer op te pakken.’ Boksen deed hij in het verleden ook al af en toe. Toen hij via het Top 400-programma gratis lessen kon krijgen, ging hij er graag weer mee aan de slag. ‘Ik voel me goed als ik iets met mijn lichaam doe. Ik ben een drukke jongen, ik heb ook ADHD. Op een boksbal kun je je agressie afreageren. Maar ik leer nu ook hoe ik me kan inhouden: tot tien tellen of een rondje lopen als ik boos ben.’ In de sportschool van Aouriaghel voelt Mourat zich thuis. De ‘verkeerde’ jongens van de straat komt hij daar niet meer tegen. ‘Hier trainen ook vaders van nette jongens.’

Pitbull
Amsterdam besloot vorig jaar om kickbokstrainingen als interventie in te zetten voor jongeren op de Top400-lijst en de ‘zwaardere’ groep jongeren uit de Top600. ‘Het is een sport waar deze jongeren veel belangstelling voor hebben’, is de verklaring van Renée Sievers, adviseur Top400 bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg van de gemeente Amsterdam. ‘En een interventie werkt het best als je aansluit bij wat een kind het liefste doet. We gebruiken sport als middel, bijvoorbeeld om jongeren te motiveren voor hulpverlening.’

De sport is volgens Wouter Schols, opleidingsmanager bij het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij (NIVM), een goede methode om agressie expliciet te maken en aan te pakken. ‘Denk aan een jongere die in bepaalde situaties opgefokt raakt, de controle kwijtraakt en er op los begint te slaan. In een boksschool kun je stapsgewijs toewerken naar zo’n situatie. Op dat moment moet je ze grijpen en ze leren om die agressie te kanaliseren. Bijvoorbeeld door het aanleren van ademhalingstechnieken.’

Boksen kan volgens Schols ook helpen bij het leren aangeven van grenzen. ‘In een project om schooluitval te voorkomen gebruiken we vechtsport als ondersteunend instrument. Een oefening die we leerlingen laten doen is dat de een bij de ander in een bokshandschoen stoot. De persoon die ontvangt, kan twee commando’s geven: harder en stop. Degene die uitdeelt, kan ook zeggen dat het genoeg is. Een van de meiden op een ROC waar we dit project uitvoeren was laatst zo ongelooflijk hard voor zichzelf. Ze stond tegenover een brede, grote kerel en zei alleen maar: “Harder, harder, harder.” Als die jongen niet uit zichzelf gestopt was, had ze zich de hele zaal door laten slaan. Het is duidelijk dat zij haar grenzen niet kan aangeven. Dat kun je honderd keer zeggen, maar nu kon ze het echt voelen en er met haar trainer direct mee aan de slag.’

Maar aan het inzetten van boksen als interventie kleven ook risico’s, weet Eric Lagendijk van onderzoeksbureau DSP. Hij was betrokken bij twee onderzoeken naar de relatie tussen full-contactvechtsporten – zoals kickboksen, Thaiboksen en mixed martial arts – en criminaliteit. De gemeente Amsterdam benaderde hem als adviseur. ‘Ik vond het in eerste instantie nogal naïef dat ze de sport zomaar wilden aanbieden’, vertelt hij. ‘Er kan veel fout gaan op de verkeerde sportscholen. Zeker jongeren die talentvol zijn en hun eerste titels winnen, kunnen benaderd worden door criminelen die hen bijvoorbeeld een financiële toelage aanbieden, zodat ze fulltime kunnen gaan trainen, in ruil voor gewelddadig optreden of intimidatie in de onderwereld. Deze kwetsbare jongeren vinden dat vaak stoer en kunnen daar moeilijk nee tegen zeggen.’

Ook Aouriaghel, de trainer van Mourat, weet uit eigen ervaring dat boksen ook agressie kan aanwakkeren. ‘Ik ben als kind veel gepest en ik was een heel driftige jongen. Ik ben bij boksscholen geweest waar ook dubieuze figuren trainden en de trainer alleen maar tegen je schreeuwde: “Sla hem kapot!” Ik kwam er altijd als een pitbull vandaan.’

Lagendijk adviseerde de gemeente om goede intakegesprekken te houden met de sportschoolhouders vóórdat er een contract werd afgesloten. ‘Kijk hoe ze georganiseerd zijn, wie er komen, hoe de sfeer is en of ze het Fight Right Keurmerk van het NIVM hebben.’ Het NOC*NSF stelde een aantal richtlijnen voor waaraan sportscholen zich moeten houden. Het gaat onder meer om veiligheidsmaatregelen bij wedstrijden en een pedagogisch verantwoorde manier van lesgeven. Voldoet een club daar niet aan, dan kan het Fight Right Keurmerk ingetrokken worden. Dit keurmerk is drie jaar geldig , daarna volgt een herkeuring.

Rituelen
Andere gemeenten en jeugdzorginstellingen zetten kickboksen al jaren als interventie in. Maike Kooijmans, lector bij Fontys Hogeschool Pedagogiek onderzocht voor haar proefschrift <i>Talent van de straat</i> onder andere kickboksen als methode om jongeren uit de criminaliteit te houden. Ze concludeerde dat boksscholen een positieve bijdrage kunnen leveren aan de identiteitsontwikkeling van jongeren. ‘Maar dat hangt wel van nogal veel factoren af. De pedagogische vaardigheden van de trainer bepalen in hoge mate of de jongeren op de juiste manier geprikkeld worden.’

De strakke manier waarop de sport vaak georganiseerd is, kan een goed effect hebben op juist deze jongeren. Kooijmans: ‘Vechtsporten zijn vaak omgeven met rituelen. Je doet je schoenen uit als je binnenkomt, je groet en kleedt je op een bepaalde manier. Veel jongeren van de straat houden zich niet aan regels en zijn dwars. Maar in de sportschool moet je je aan de regels houden om mee te mogen doen er erbij te horen. Ze willen allemaal goed worden in boksen. Daarom zijn ze tot veel bereid.’ Lagendijk vult aan: ‘Bij oosterse vechtsporten is er vaak een grote eerbied voor de docent. Daar buig je voor. De duidelijke structuur en discipline spreken juist kwetsbare jongeren aan.’

Aouriaghel is zich ervan bewust dat hij een rolmodel is voor zijn pupillen. Hij is niet zomaar een trainer, hij is ook ondernemer in de zorg en gespecialiseerd in het werken met kwetsbare jongeren. Jongeren die vanuit de gemeente of jeugdzorg bij hem worden aangemeld, krijgen de eerste tien weken privéles, met persoonlijke leerdoelen. ‘Ik praat ook veel met ze. Dat komt aan omdat ze tegen me opkijken. Zo geef ik ze mee dat kracht niet alleen zit in hard slaan, maar ook in het weerstaan van verleidingen op straat.’

Lagendijk, die met zijn onderzoeksteam de afgelopen jaren vele kickboksscholen bezocht, is erg gecharmeerd geraakt van de trainers. ‘Ze zijn vaak heel warm en staan vierentwintig uur per dag klaar voor deze jongeren.’

Stress
Uit vele onderzoeken komt naar voren dat (kick)boksen, mits in de juiste context aangeboden, een goede interventie kan zijn voor criminele jongeren. Anouk Spruit, forensisch orthopedagoog en onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam, plaatst daar echter een kanttekening bij. ‘Als je naar alle literatuur wereldwijd kijkt over het inzetten van vechtsport als interventie, dan zijn de uitkomsten teleurstellend. Er is namelijk nog geen enkel onderzoek gedaan waarbij de uitkomsten vergeleken zijn met jongeren die geen bokstherapie hebben gedaan. Dus eigenlijk weten we nog praktisch niks over de effecten op criminaliteit.’

Er valt haar nog iets anders op. ‘Boksen wordt vaak ingezet als therapeutisch middel om gedragsproblemen te verminderen. Maar in sommige gevallen wordt het aangeboden als vrijetijdssport. En daar zitten risico’s aan, als de jongeren opgefokt raken en niet leren hoe ze de stress moeten laten zakken.’

Schols adviseert om goed na te gaan waar de agressie vandaan komt. Komt die uit de persoon zelf of meer vanuit een (criminele) groep? ‘Met boksen kun je alleen het individu beïnvloeden’, verklaart hij. ‘Bokstherapie is geen wondermiddel en altijd een aanvulling op andere interventies. Hoe meer problemen de jongere heeft, hoe meer de begeleiding vergt van de trainer.’

Volgens Lagendijk is een vechtsportinterventie niet voor iedere jongere de oplossing. ‘Ten eerste moeten ze iets hebben met vechtsport. Verder is van belang dat ze kunnen luisteren en een relatie willen opbouwen met de trainer. Bij de ene jongere kan vechtsport agressie beteugelen of helpen om zich zekerder te voelen op straat; bij anderen, met een kort lontje en weinig empathisch vermogen, werkt het als een rode lap op een stier.’

Het NIVM geeft cursussen, onder meer voor jeugdzorgwerkers die binnen hun instelling bokstrainingen willen aanbieden als agressieregulatie- of weerbaarheidstraining: nivm.nl/opleiding.

Top400
De Top400 is een aanpak van de gemeente Amsterdam voor vierhonderd jongeren die al vaak met politie en justitie in aanraking zijn gekomen, maar nog niet zo vaak als de zeshonderd jongeren uit de Top600. De Top600-jongeren staan bekend als notoire veelplegers, die meerdere malen zijn veroordeeld en aangehouden maar hun gedrag niet verbeteren. De Top400-jongeren zijn in de afgelopen vijf jaar verdacht van een of meerdere misdrijven, waaronder een High Impact Crime, zoals een overval straatroof, inbraak, mishandeling, moord, doodslag of openlijke geweldpleging. Ook is er sprake van schoolverzuim, jeugdreclassering, drugs dealen of aanhouding op jonge leeftijd (12-14 jaar).

‘We hebben er uithuisplaatsingen mee voorkomen’
Harry Schaarman, adviseur sport en zorg bij Enver: ‘Wij bieden al zo’n tien jaar boksprogramma’s aan. We hebben contracten met verschillende boksscholen. Ik ga zelf naar de clubs toe en praat met het bestuur en de trainer. Want het gaat er helemaal om wie er in de ring staat en hoe er les gegeven wordt. Als je een goede trainer hebt die echt voor de sport en voor de ontwikkeling van het kind gaat, dan is het een geweldig middel om kinderen weerbaarder te maken. Of om kinderen die snel geprikkeld zijn te leren om zich in te houden.

Het goed beheersen van een slag of een stoot is een middel om tot gedragsverandering te komen. Er zitten elementen van winnen en verliezen in. Van respect hebben voor je tegenstander en juist niets doen als je ziet dat je tegenstander zwak is. Ik heb fantastische resultaten gezien. Ik weet zeker dat wij er uithuisplaatsingen mee hebben voorkomen. Een jongen die thuis de schilderijen van de muur sloeg, kon nu zijn agressie en energie een paar uur per week kwijt in de sportschool. Toen hij zich wist te gedragen en te beheersen op de mat, kon hij dat ook thuis en op school gaan toepassen.

Bovendien is het voor kwetsbare jongeren vele malen leuker om te zeggen dat ze op boksles zitten dan dat je naar een weerbaarheidstraining gaat die ergens in een muffig zaaltje wordt gehouden.’

‘Er kwamen te veel emoties naar boven’
Mario van Tiggelen, leidinggevende bij Almata Ossendrecht: ‘ Wij hadden in het verleden een jeugdzorgwerker in dienst die ervaring had met het geven van bokslessen. Wij hebben die lessen een tijdje aangeboden. We hadden geen behandeldoel, het was een sportonderdeel waar jongeren hun energie kwijt konden. Maar wat wij zagen was dat tijdens het boksen heel veel emoties en onderliggende problematiek naar boven kwam. Jongeren gingen huilen of waren onrustig op de leefgroep na zo’n les. Je zou daarop kunnen aansluiten met therapie, maar dat was onze doelstelling niet. We hebben ook wel positieve ervaringen gehad, bij onrustige jongeren met ADHD bijvoorbeeld, die zich tijdens zo’n les echt konden ontladen. Toch hebben we de bokslessen niet voortgezet toen de medewerker bij ons wegging. We gaan nu zwemmen of een rondje lopen met onze jongeren. Dat maakt minder emoties los.’

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Protocollenmoeheid in de jeugdzorg

Zorg met een ziel De zorgsector richt zich teveel op regels en protocollen en te weinig op zorg met hart en ziel, stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. ‘Hulpverleners zouden sensitiviteit en wijsheid moeten ontwikkelen om op een diepere laag naar problemen te kunnen kijken.’ Lees de pdf

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Ervaringsdeskundigen: de nieuwe hulpverlening

De ervaringsdeskundige wint snel terrein in het sociaal domein. Maar wordt hij wel geaccepteerd, krijgt hij de ruimte? Lees mijn artikel, in januari 2017 gepubliceerd in Zorg en Welzijn. ‘Het verschil tussen de professionele hulpverlener en de ervaringsdeskundige is principieel onhoudbaar.’ Lees de pdf.

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Geen manager meer nodig: zelfsturing in de jeugdzorg

Met je team een budget beheren en zelfstandig beslissingen nemen over cliënten. Steeds meer instellingen gaan werken met zelfsturende teams. ‘Absurd eigenlijk dat managers voorheen oplossingen bedachten voor de werkvloer.’

In dit artikel, oorspronkelijk geschreven voor het vakblad Jeugd en Co, interviews met medewerkers in de jeugdzorg die in zelfsturende teams werken en hun (overgebleven) leidinggevenden. Tips van deskundigen en een interview met een verpleegkundige die bijna genekt werd door het werken in een zelfsturend team. Lees het artikel

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Werken met ervaringsdeskundigen is spannend

Werken met ervaringsdeskundigen wint terrein binnen de ggz en de verslavingszorg. De integratie van deze nieuwe medewerkers verloopt echter niet altijd even soepel, ook omdat het hele team eigenlijk op een andere manier moet gaan werken. ‘Ik haal de mens weer bij de cliënten naar boven.’

‘Er staat een cliënt in jullie kantoor. Wat doet die daar nou?’ Op de eerste dag dat Peter Pierik zeven jaar geleden als ervaringsdeskundige hulpverlener aan de slag ging in de instelling (Mediant) waar hij zelf jarenlang voor langere periodes opgenomen was geweest, werd hij gelijk herkend en ging een belletje rond. Het was het treffende startsein voor een carrière op de werkvloer die zeker in de beginperiode niet makkelijk was. ‘Mijn opmerkingen in vergaderingen werden bijvoorbeeld vaak op een handige manier genegeerd’ vertelt hij. ‘Ze deden gewoon alsof ik er niet was. Dan moet je sterk in je schoenen staan, wil je overeind blijven.’ Hij vervolgt: ‘Een collega vertelde me later heel eerlijk dat het wel anderhalf jaar heeft geduurd voordat hij mij als collega zag.’
Sanna Martha, ervaringsdeskundige hulpverlener bij Altrecht op een afdeling voor jongeren met een psychosegevoeligheid, had aanvankelijk soortgelijke ervaringen. ‘Ik werkte eerst op een andere afdeling en daar werden soms opmerkingen gemaakt die ik lastig vond. Dan werd er bijvoorbeeld gezegd: “Luister Sanna, deze methode werkt niet voor iedereen. Sommige mensen zijn gewoon ziek. Jij bent een model-cliënt.” Of: werken met ervaringsdeskundigen is nu een rage maar dat waait vast wel weer over.’’ Daar werd ik erg onzeker van.’

Label
Pierik en Martha staan niet alleen. Werken met ervaringsdeskundigen is in opmars in de ggz en de verslavingszorg. Er zijn geen officiële cijfers, de schatting is dat er 1500 tot 2000 mensen in betaalde functies werken. Daarnaast werkt een groot aantal ervaringsdeskundigen als vrijwilliger. De laatste jaren zijn er diverse opleidingen van de grond gekomen waar ex-cliënten geschoold worden tot (ervaringsdeskundige) hulpverleners. Ook enkele hogescholen hebben het vak ervaringsdeskundigheid inmiddels in de opleiding opgenomen.

Ervaringsdeskundigen gebruiken hun eigen ervaringen (in de ggz of de verslavingszorg) om het herstelproces van andere cliënten te bevorderen maar dat is niet het enige. Het gaat om een nieuwe manier van ‘herstelondersteunend’ werken. Kort gezegd wordt daarbij niet alleen gefocust op de problemen van de cliënt maar (vooral) ook op de kracht en de doelen die hij/zij wil bereiken. Sanna Martha: ‘Je vraagt niet meer als eerste: “Wat zijn je klachten en slik je je pillen nog wel?” Maar je gaat op een professionele, onderbouwde manier aan de slag met de wensen, dromen en doelen die iemand in het leven heeft.’ Pierik: ‘Wat ik heb gemist tijdens mijn eigen behandeling, is  het werken vanuit een persoonlijke context. Patiënten krijgen vaak een label opgeplakt aan de hand van classificaties en statistieken. Maar dat zegt heel weinig over de persoonlijke situatie en de kansen van die specifieke cliënt. Op een afdeling waar alleen wordt gewerkt met het medisch model, zie je de mens niet meer terug. Ik haal die mens weer bij cliënten naar boven.’

Dat de integratie van deze medewerkers niet altijd soepel verloopt, is niet verrassend. De methodieken van deze nieuwe collega’s staan in vele opzichten haaks op die van reguliere medewerkers. Zo hebben de meesten hulpverleners geleerd dat het goed is om professionele distantie te bewaren terwijl ervaringsdeskundigen persoonlijk contact juist heel belangrijk vinden. ‘De komst van ervaringsdeskundigen zorgt voor een cultuuromslag in de ggz’ zegt Paulina Sedney, die promotieonderzoek doet naar de inzet van ervaringsdeskundigheid binnen de sector. ‘Ze hebben een andere insteek en een ander visie op de behandeling. Dat kan botsen en zorgt voor verwarring. Bovendien gaat het om een beroepsgroep die voorheen klant was’ vervolgt ze. ‘Sommige hulpverleners weten niet meer wat de verhouding als de klant opeens ook zeggenschap krijgt. Daarnaast is er, ook bij hulpverleners, behoorlijk wat stigma als het om psychiatrische patiënten gaat. Ze worden niet altijd serieus genomen.’

Marianne van Bakel, projectleider ‘Herstel Empowerment en Ervaringsdeskundigheid’ op het Trimbosinstituut, vertelt dat de spanning rondom ervaringsdeskundigen eigenlijk logisch is.  ‘Instellingen die herstelondersteunend willen gaan werken nemen vaak ervaringsdeskundigen aan om ervoor te zorgen dat het team zich anders gaat gedragen. Dat wordt ze niet altijd in dank afgenomen en staat soms haaks op het gevoel van het team dat het goed bezig is.’ Als projectleider HEE heeft Van Bakel meegewerkt aan een landelijk project met achttien ggz-instellingen rondom de inzet van ervaringsdeskundigen. Er zijn nog veel verbeteringen nodig weet ze. Maar toch: ‘De meeste ervaringen zijn toch positief.’

Iedereen heeft ervaringen
Wat is er voor nodig om de herstelondersteunend te gaan werken en de komst van ervaringsdeskundigen goed te laten verlopen in de organisatie? [zie ook kader]. Volgens Martha moet je in elk geval niet één ervaringsdeskundige invliegen die de luis in de pels moet zijn en het hele team wakker moet schudden, zoals nu vaak gebeurt. ‘Er is veel meer nodig om een team richting herstel te krijgen ’ Pierik benadrukt: ‘Je bent er niet door de visie van herstelondersteunend werken op een A-viertje te schrijven en dat uit te delen. Ook een presentatie geven, heeft weinig effect. Om de teamcultuur te veranderen, moet het elke dag opnieuw aan de orde komen.’

Pierik en Martha hebben nu overigens wel hun draai gevonden in de organisatie. Belangrijk is geweest dat herstelondersteunend werken nu als visie ingebed is in de organisatie. Toen Pierik startte was dat nog niet het geval. Bovendien werkt Sanne Martha nu in een ander team dat sowieso positiever staat tegenover de werkwijze van ervaringsdeskundigen. ‘Bij ons gebruiken andere hulpverleners inmiddels ook hun eigen ervaringen in het werk’ vertelt ze. ‘Iedereen heeft immers ervaringen, als het bijvoorbeeld om thema’s als uitsluiting en verlies gaat. Het delen daarvan is een manier om een gelijkwaardigere relatie en een vertrouwensband met de cliënt op te bouwen.’

Volgens Pierik is het ook helemaal niet erg dat het inpassen van ervaringsdeskundigen in de organisatie niet van een leien dakje gaat. ‘Dat is juist de kracht, dat het feit dat jij er bent heel veel oproept.  Vervolgens is het de bedoeling samen op een constructieve manier stappen te zetten in dat proces.’ Ook Martha is optimistisch:  ‘Als je alle ontwikkelingen volgt, dan zie je dat het medische model op zijn retour is. Hulpverleners kunnen niet meer om herstelondersteunende zorg en dus niet om de ervaringsdeskundige heen.’

[kader]

‘Samenwerking met hbo en mbo is belangrijk’
Jos Oude Bos, onder andere, ervaringsdeskundige en mede-oprichter kennisnetwerk Het Zwarte Gat:  ‘In de verslavingszorg wordt al lange tijd met ervaringsdeskundigen gewerkt. In 2010 is in een convenant, opgesteld door de cliëntbeweging, met de instellingen bekrachtigd dat ervaringskennis de derde kennisbron moest zijn in de verslavingszorg, naast professionele en wetenschappelijke kennis. Dat betekende dat alle instellingen met ervaringsdeskundigen moesten gaan werken.
Ook in de verslavingszorg verloopt de integratie niet altijd soepel. Dat komt ook doordat ervaringsdeskundige werkers vroeger niet altijd goed voorbereid waren op hun taak. Die aannames zijn lang in de instellingen blijven hangen.
Zelf heb ik, onder andere, vijf jaar als ervaringsdeskundige beleidsmedewerker bij Verslavingszorg Noord Nederland gewerkt. Het was mijn taak om deze zorg te implementeren maar makkelijk was dat zeker niet. De reguliere medewerkers boden veel weerstand. “Heb ik jarenlang geleerd om het nu anders te doen?,”  was een uitspraak die ik geregeld heb gehoord. Toen er bij een reorganisatie ook nog eens veel ervaringsdeskundigen werden ontslagen, heb ik mezelf ook boventallig laten verklaren.
Het is moeilijk om mensen te veranderen. Het is een proces dat tijd nodig heeft. Ik denk dat het belangrijk is om samen te werken met mbo- en hbo-opleidingen, zodat ook reguliere werkers in de toekomst op een andere manier worden opgeleid.’

[kader]

Tips om de inzet van ervaringsdeskundigen goed te laten verlopen:

  • Zorg dat er op bestuurlijk niveau ondersteuning is voor de inzet van ervaringsdeskundigen.
  • Realiseer je dat je een ander soort functie in huis haalt dan dat je al hebt. Investeer in een verandertraject, voorlichting en training voor de medewerkers. Zorg dat er draagvlak is binnen de organisatie.
  • Bedenk als organisatie wat verwacht wordt van een ervaringsdeskundige en verdiep je in de functie. Ervaringsdeskundigen werken in allerlei functies: trainer, hulpverlener, adviseur etc. Deze functies vereisen telkens andere vaardigheden.
  • Zet alleen ervaringsdeskundigen (met een opleiding) in die geleerd hebben om hun ervaringen op een goede manier te gebruiken.
  • Neem ruimte om te experimenteren. Vaak stoppen teams/organisaties ermee op als de samenwerking met ervaringsdeskundigen niet snel soepel loopt. Doe dat niet, beschouw het traject als een leerproces.
  • De handreiking inzet ervaringsdeskundigheid in de ggz is gratis te downloaden op de website van het Trimbosinstituut.

Gepubliceerd in Zorg en Welzijn

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Déél die ervaringen!

Artikel over de inzet van ervaringsdeskundigheid in de jeugdzorg voor het vakblad Jeugd en Co. Hier en daar gebeurt het: hulpverleners met een jeugdzorgverleden zetten hun eigen ervaringen in op hun werk; ex-cliënten vertellen professionals hoe zij graag bejegend hadden willen worden. Zou ervaringsdeskundigheid meer benut moeten worden?

Interviews met jeugdhulpverleners en deskundigen. ‘Het gaat te weinig over: wat doet dit probleem met dit kind? Wat betekent het voor een ouder om daar dagelijks mee om te gaan?’ Lees het artikel.

 

 

 

 

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Pilletje voor mensen met dementie? Het kan anders

‘Ken de mensen, verdiep je echt in ze’
Agressie, veel rondlopen, afwerend gedrag: iedere verzorgende weet dat de omgang met dementerende ouderen niet altijd makkelijk is. Een pilletje geven is nu vaak de oplossing maar het kan ook anders. In verpleeghuis Park Boswijk in Vught vond een omwenteling plaats. De verzorgenden leerden op een andere manier werken. In VillaKeizerskroon in Maastricht krijgt geen enkele bewoner psychofarmaca. Artikel gepubliceerd in het Tijdschrift voor Verzorgenden.

 

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Hoarding: Nee, dat mag echt niet weg!

Nee, dat mag écht niet weg!
Huizen die compleet volgestouwd zijn met tijdschriften, kranten, oude apparaten of andere spullen. Sommige mensen kunnen echt niks weggooien en zijn zo gehecht aan spullen dat het een ziekte wordt. Het AMC heeft sinds kort een behandeling. Ik interviewde drie patiënten. Lees het artikel of de pdf.

Meer weten over de fotograaf die de mooie foto’s bij het artikel maakte? Kijk op http://simonwaldlasowski.com/

Meer weten over hoarding? Ik schreef er diverse artikelen over, onder andere voor de vakbladen Zorg en Welzijn, BijZijn en Het Tijdschrift voor Verzorgenden. Mijn artikel voor Medisch Contact staat ook op deze site.

Tip:
In het boek Problematische Verzamelaars laten diverse deskundigen hun licht schijnen over hoarding.

Lees verder

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter

Nieuwe website

Met veel genoegen presenteer ik u de nieuwe website van Sigrid Starremans Tekstproducties.

 

 

Geplaatst in Nieuws | Laat een bericht achter